Voetbalstad Berlijn (1): Waarom Hertha BSC geen hoogvlieger is

Na het sensationele slot in de Nederlandse competitie afgelopen week, beleefde dit weekend ook de Bundesliga zijn slotweekend. In een goedgevuld Olympiastadion werd Hertha BSC kinderlijk eenvoudig opzijgezet door Bayer Leverkusen: 2-6. Resultaat: een zesde plaats voor Hertha in de Bundesliga, net genoeg voor deelname aan de Europa League. Een prima prestatie voor het team, wederom, maar wel op straatlengte afstand van de echte top. Het is een positie die Berlijn typeert, een stad die ook op voetbalgebied decennialang de boot heeft gemist. Naast economisch speelt de stad in Duitsland ook in de voetballerij in de categorie ´net niet´. Hoe dat komt, doen we hierbij voor je uit de doeken.   

 Europese uitstraling

Een beetje Europese hoofdstad – en zeker, Amsterdam kan daar inmiddels ook weer bij gerekend – beschikt over een voetbalclub die op Europees niveau aardig wat potten kan breken. Een ploeg die wellicht niet elk seizoen even goed meekan, maar ook op die zwakkere momenten altijd nog zijn uitstraling of verleden heeft om op te teren. Eigenlijk is er maar 1 prominente hoofdstad te bedenken die al deze glorie  – in verleden of uitstraling – niet heeft. Inderdaad, Berlijn: De stad die op zovele economische vlakken al een probleemgeval genoemd kan worden, trekt die lijn moeiteloos door naar de categorie ´voetbal´.

Olympiastadion

Maar laten we over het Berlijnse voetbal zeker niet denigrerend doen. Het reusachtige Olympiastadion mag dan maar twee keer per jaar uitverkocht zijn (tegen Bayern München en Borussia Dortmund), bij de meeste wedstrijden van Hertha BSC zitten er wel zo´n 50.000 mensen, in stadion dat meekan met de wereldtop. De club heeft natuurlijk honderdduizenden vaste fans.  Maar tekenend is het wel: hoeveel aanhang Hertha BSC ook mag hebben in West-Berlijnse wijken als Charlottenburg, Wedding en Neukölln, in al die jaren dat ik in Berlijn bivakkeerde, heb ik nooit een niet-Berlijner leren kennen die fanatiek de wedstrijden van Hertha bezocht. En in die paar wedstrijden die ik zelf heb bezocht, was ook niet al te veel fanatisme te bespeuren. Al kan het daarin natuurlijk zijn dat de atletiekbaan naast het veld een party pooper is. Of dat ik aan De Kuip gewend ben. Al wil dat natuurlijk niet zeggen dat er in het stadion geen sfeer kan zijn…

Berlijnse demografie

De Berlijnse demografie komt echter ook opvallend naar voren in de voetbalvoorkeuren van haar inwoners. In de centrale wijken van de stad, juist de delen waar de bevolking sinds de Val van de Muur zo fundamenteel is veranderd en oer-Berlijners een schaars goed zijn geworden, speelt de voornaamste club van de stad, helemaal in vergelijking met andere hoofdsteden, nauwelijks een rol van betekenis. In Kreuzberg, Friedrichshain of Mitte is het juist vooral Dortmund dat de klok slaat. Of Bayern. Of Schalke. Inderdaad: ploegen die wel een uitstraling hebben tot ver buiten de eigen stad. En wier fans, bij het verlaten van de thuisregio, hun voetbalclub natuurlijk met zich zijn blijven meedragen – ook in de hoofdstad.

Maak op zaterdagmiddag in centraal Berlijn een fietsronde langs Bundesliga-kroegen en je loopt de kans dat je op je weg eerder een Dortmund- of – Bremen-kroeg vindt dan een Hertha-Kneipe. Behalve in de wijken waar je wel volop blauw-witte vlaggen ziet hangen. Inderdaad: de West-Berlijnse wijken, in de richting van het Olympiastadion. En Wedding, waar 125 jaar geleden de oorsprong van de club lag.

West-Berlijnse volksclub

Hertha mag dan een traditie hebben als de van oudsher beste Berlijnse voetbalclub, de deling van de stad heeft het zwaartepunt van de fan base naar het westen van de stad verlegd. Dat het oosten zijn eigen clubs en competies kende (waarover meer in een volgend artikel), veranderde ook de Berlijnse voetbalcultuur fundamenteel. Sinds de deling van de stad leefde Hertha BSC dan ook niet meer verder als de beste club van Berlijn, maar als West-Berlijnse volksclub, spelend in de kersverse, in 1963 opgerichte, Bundesliga.

De gespleten positie van Berlijn werkte echter door in de voetballerij. Terwijl Bayern München en Borussia Mönchengladbach in de jaren ´70 zowel binnen als buiten de West-Duitse landsgrenzen furore maakten – het West-Duitse voetbalelftal in hun kielzog meeslepend, bleef het appeal van volksclub Hertha bijna letterlijk tegen de Muur gedrukt. Vooral de jaren ´80 worden het liefst vergeten. Het waren jaren dat voetbal meer dan ooit mondialiseerde. Het grote geld rolde als nooit tevoren. Wereldwijd werden er ineens miljoenen voor spelers betaald. En Hertha? Die trots van weleer deed week na week zijn best, maar was niet meer dan een meubelstuk in de 2. Bundesliga.

Wederopbouw van Rotterdam

We maken een uitstapje naar Rotterdam. De stad die na de oorlog door zijn inwoners weer in sneltreinvaart werd opgebouwd. Met evenveel trots als energie werd de blik in al die jaren naar voren geworpen. Als eerste stad in Nederland werd een metro aangelegd. De haven werd binnen enkele decennia de grootste ter wereld. De jaren dat Rotterdam zijn vorm weer had gevonden, de jaren ´60 en ´70, waren de jaren dat ook Feyenoord schitterde als nooit tevoren. Het winnen van de Europa Cup 1 in 1970? Het voelde niet alleen als de eerste Nederlandse Europa Cup-victorie, het voelde vooral de kroon op de wederopbouw van de stad. Sterker door strijd, hand in hand kameraden. Maar met de voltooide wederopbouw, verdampte in Rotterdam ook de vooruitziende blik. Er volgde jarenlange stagnatie en terugloop, zowel op het gebied van inwoneraantal als in economie en cultuur. En niet te vergeten: in de prestaties van het voornaamste voetbalteam.

Niet alleen is de identiteit van de stad direct verbonden met haar voetbalclub (en andersom), ook haar ontwikkeling gaat – excusez le-mot – hand in hand. Dat de energie op gebied van cultuur en architectuur de laatste jaren door Rotterdam giert, is ook te merken bij de Ploeg van Rood en Wit. De Maasstad maakte het afgelopen decennium een gigantische metamorfose mee, groeide uit tot de – misschien wel – spannendste stad van Nederland. Met het recente kampioenschap van zijn volksclub als de verdiende kroon.

Kampioen van het Interbellum

Terug naar Berlijn. En naar de gloriedagen van Hertha. Want natuurlijk zijn die er geweest. Alleen kan zich niemand meer iets van de twee glansrijke kampioenschappen herinneren. We schrijven namelijk 1930 en 1931. Inderdaad, dezelfde periode dat de Nederlandse competitie behalve door het traditiegetrouw sterke Ajax, gedomineerd werd door de adelaarsvleugels uit Deventer: Go Ahead Eagles. En wie hoor je daar nog over?

Hertha´s gouden jaren

Dat Hertha uitgerekend in die late jaren ´20 en vroege jaren ´30 zijn gouden jaren beleefde, is niet geheel toevallig. Het was namelijk ook Berlijn dat op dat moment op alle vlakken tot de wereldtop behoorde. Maar zoals op ieder cultureel gebied in Berlijn, maakte twaalf jaar nazi-Duitsland ook een resoluut einde aan de bloeifase van haar voornaamste voetbalclub. In het gedeelde Berlijn, dat bol stond van de Koude-Oorlogsspanningen,bleef de ploeg net zo kunstmatig in leven als de stad om haar heen. West-Duitsland voelde na de oorlog een enorme opbloei van zijn voetbalcultuur, maar tot het arme en afgelegen West-Berlijn reikte de zuurstoftoevoer soms maar ternauwernood. Met de degradatie naar de 2. Bundesliga in 1980 miste Hertha simpelweg de boot – en heeft hem sindsdien nooit meer volledig in het vizier gehad.

De hand van Hoeness

Ook na de Val van de Muur loopt de ontwikkeling van Berlijn synchroon met die van zijn voornaamste voetbalteam. Waar de herenigde stad Berlijn zichzelf door veel te ambitieuze bouwplannen met een reusachtige schuld opzadelde, gold dat voor Hertha net zo. In 1995 stond de club op het punt failliet verklaard te worden. Er moest een actie van Bayern-voorzitter Uli Hoeness aan te pas komen om de club te redden: hij verplaatste de Opel Cup-wedstrijd Bayern München – AC Milan van het Olympiastadion van München naar dat van Berlijn. Met de recette kon de club gered. De hand van Hoeness bleef overigens zichtbaar: een jaar later werd zijn broer Dieter Hoeness manager van Hertha, om daar tot 2009 te blijven. Het waren, een incidenteel succes daargelaten, jaren waarvan er eveneens niet al te veel herinnerd zullen worden. Het voornaamste dat echter telde, was dat Hertha weer meespeelde in de Bundesliga.

In de lift

Niet alleen Rotterdam, maar ook Berlijn zit de laatste jaren in de lift. Na jarenlange stagnatie, groeit de stad sterk qua inwoners – en ook de economische positie is stukken sterker (lees: minder zwak) dan een decennium geleden. Na twee seizoenen in de 2. Bundesliga (2010/2011 en 2012/2013) is ook Hertha, stabiel terug in de Bundesliga, weer op krachten gekomen. De ploeg heeft, met name door zijn sterke thuiswedstrijden (uitwedstrijden gaan grotendeels verloren) een prima seizoen gedraaid. Maar hoewel Hertha dit jaar een Europa League-waardige zesde plaats bereikte (en daarmee, in tegenstelling tot de verloren voorronde tegen het Deense Bröndby FF afgelopen jaar, meteen instroomt in de groepsfase), is de achterstand op de echte Duitse top reusachtig. In al die jaren in het gedeelde Berlijn, inclusief verschillende omkoopschandalen, verloor ze simpelweg de aansluiting – om die in de mondiale wereld van het voetbal tot dusverre niet terug te  te veroveren. Decennia na de oorlog valt Hertha daarmee nog altijd in de categorie ´Net niet´ – passende bij de economische positie van haar thuisstad.

Gelukkig weten we dat Berlijn op andere vlakken wel tot de top behoort.

Is er dan over Berlijnse voetbalcultuur dan helemaal niets positiefs te melden? Natuurlijk niet. Maar daarvoor moet je in de 2e Bundesliga zijn, bij de leukste club van Berlijn – en ver daarbuiten: 1. FC Union Berlin uit Köpenick. Waarover meer in deel 3 van deze serie.